Informatie over het woord marŝi

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingmarŝ·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdmarŝas
Verleden tijdmarŝis
Toekomende tijdmarŝos
 
Voorwaardelijke wijs
marŝus

Voorbeelden van gebruik

Foje princo Ingo, dezirante esti ĝentila, marŝis al
la kapro kaj diris: “Bonan matenon, Bilbilo.”

Vertalingen

Afrikaansloop; stap
Albaneeseci
Berbersddu (ⴷⴷⵓ)
Catalaanscaminar; marxar
Deensgå; marchere
Duitsgehen; laufen; marschieren; treten
Engelsambulate; march; walk
Engels (Oudengels)gan
Finsmarssia
Fransmarcher
Hawaiaanshele; hele wāwae
Italiaanscamminare
Jiddischגיין
Latijnambulare
Luxemburgsgoen
Maleisjalan; berjalan
Nederlandsbenen; lopen; marcheren
Noors
Papiamentskana
Poolsiść
Portugeesandar; caminhar; marchar
Russischпоходить; ходить
Saterfriesgunge; loope; marschierje; marskierje; treede
Schots-Gaelischcoisich
Spaansmarchar
Srananwaka
Thaisเดิน
Tsjechischjít
Turksyürümek
Welscerdded
Westerlauwers Friesrinne
Zweedsgå; löpa