Informatie over het woord manki

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingmank·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdmankas
Verleden tijdmankis
Toekomende tijdmankos
 
Voorwaardelijke wijs
mankus

Actieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdmankanta
Verleden tijdmankinta
Toekomende tijdmankonta

Vertalingen

Afrikaansafwesig wees; ontbreek
Catalaansfaltar; mancar
Duitsermangeln; fehlen; mangeln
Engelsbe lacking; be missing
Faeröersvanta
Finspuuttua
Fransmanquer
Grieks (Oudgrieks)ἅπειμι
Nederlandsabsent zijn; afwezig zijn; mankeren; ontbreken; schelen; schorten
Papiamentsfalta
Poolsbrakować
Portugeesescassear; falhar; faltar
Roemeenslipsi
Saterfriesfailje
Spaansfaltar; haber de menos
Zweedssaknas