Informatie over het woord buitmaken (Nederlands → Esperanto: akiri)

Uitspraak/ˈbœʏ̯tmakə(n)/
Afbrekingbuit·ma·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) maak buit(ik) maakte buit
(jij) maakt buit(jij) maakte buit
(hij) maakt buit(hij) maakte buit
(wij) maken buit(wij) maakten buit
(gij) maakt buit(gij) maaktet buit
(zij) maken buit(zij) maakten buit
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) buitmake(dat ik) buitmaakte
(dat jij) buitmake(dat jij) buitmaakte
(dat hij) buitmake(dat hij) buitmaakte
(dat wij) buitmaken(dat wij) buitmaakten
(dat gij) buitmaket(dat gij) buitmaaktet
(dat zij) buitmaken(dat zij) buitmaakten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
maak buitmaakt buit
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
buitmakend, buitmakende(hebben) buitgemaakt

Voorbeelden van gebruik

Binnen een uur had hij zes fraaie vissen buitgemaakt.

Vertalingen

Afrikaansbehaal; verwerf; opdoen; verkry
Catalaansadquirir; aconseguir; obtenir
Duitsanschaffen; erlangen; erwerben; gewinnen; habhaft werden; sich erwerben
Engelsacquire; gain; get; obtain; secure; impetrate
Esperantoakiri
Faeröersfáa; útvega
Finshankkia
Fransacquérir; gagner; obtenir
Hongaarsmegszerez
Italiaansacquisire; ottenere
Papiamentsatkirí; haña; haya; optené
Portugeesadquirir; arranjar; obter
Russischприобретать
Saterfriesärloangje
Spaansadquirir; alcanzar; consequir; obtener
Turksalmak
Zweedsförvärva