Informatie over het woord zetten (Nederlands → Esperanto: infuzi)

Uitspraak/ˈzɛtə(n)/
Afbrekingzet·ten
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) zet(ik) zette
(jij) zet(jij) zette
(hij) zet(hij) zette
(wij) zetten(wij) zetten
(gij) zet(gij) zettet
(zij) zetten(zij) zetten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) zette(dat ik) zette
(dat jij) zette(dat jij) zette
(dat hij) zette(dat hij) zette
(dat wij) zetten(dat wij) zetten
(dat gij) zettet(dat gij) zettet
(dat zij) zetten(dat zij) zetten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
zetzet
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
zettend, zettende(hebben) gezet

Vertalingen

Catalaansfer una infusió
Duitsaufbrühen; aufgießen; infundieren; ziehen lassen
Engelsbrew
Esperantoinfuzi
Saterfriesapjoote; infundierje; luuke läite
Spaanshacer una infusion; infundir
Westerlauwers Friesôftrekke