Informatie over het woord aftrekken (Nederlands → Esperanto: infuzi)

Uitspraak/ˈɑftrɛkə(n)/
Afbrekingaf·trek·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) trek af(ik) trok af
(jij) trekt af(jij) trok af
(hij) trekt af(hij) trok af
(wij) trekken af(wij) trokken af
(gij) trekt af(gij) trokt af
(zij) trekken af(zij) trokken af
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aftrekke(dat ik) aftrokke
(dat jij) aftrekke(dat jij) aftrokke
(dat hij) aftrekke(dat hij) aftrokke
(dat wij) aftrekken(dat wij) aftrokken
(dat gij) aftrekket(dat gij) aftrokket
(dat zij) aftrekken(dat zij) aftrokken
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
trek aftrekt af
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aftrekkend, aftrekkende(hebben) afgetrokken

Vertalingen

Catalaansfer una infusió
Duitsaufbrühen; aufgießen; infundieren; ziehen lassen
Engelsbrew; infuse
Esperantoinfuzi
Saterfriesapjoote; infundierje; luuke läite
Spaanshacer una infusion; infundir
Westerlauwers Friesôftrekke