Informatie over het woord betrekken (Nederlands → Esperanto: impliki)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/bəˈtrɛkə(n)/
Afbrekingbe·trek·ken

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) betrek(ik) betrok
(jij) betrekt(jij) betrok
(hij) betrekt(hij) betrok
(wij) betrekken(wij) betrokken
(gij) betrekt(gij) betrokt
(zij) betrekken(zij) betrokken
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) betrekke(dat ik) betrokke
(dat jij) betrekke(dat jij) betrokke
(dat hij) betrekke(dat hij) betrokke
(dat wij) betrekken(dat wij) betrokken
(dat gij) betrekket(dat gij) betrokket
(dat zij) betrekken(dat zij) betrokken
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
betrekbetrekt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
betrekkend, betrekkende(hebben) betrokken

Vertalingen

Afrikaansverwar
Catalaansembolicar; embrollar; embullar; enredar
Duitseinwickeln; hineinziehen; verstricken; verwickeln
Engelsimplicate; involve
Esperantoimpliki
Fransempêtrer; entortiller
Papiamentsimpliká; envolví
Portugeesenredar; envolver; implicar
Russischвовлекать
Saterfriesbeluuke; ferwikkelje; ienwikkelje
Spaansembrollar; enredar
Tsjechischzamotat; zaplést