Informatie over het woord malforta

Woordsoortbijvoeglijk naamwoord
Afbrekingmal·fort·a

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
Nominatiefmalfortamalfortaj
Accusatiefmalfortanmalfortajn

Vertalingen

Afrikaansswak
Albaneeslig
Deenssvag
Duitsmatt; schwach
Engelsfaint; feeble; frail; light; weak; weedy
Engels (Oudengels)wac
Faeröersveikur
Fransfaible
Hongaarsgyenge
IJslandsveikur
Italiaansdebole
Jiddischשװאַך
Latijnaeger
Maleislemah
Nederlandskrank; licht; zwak
Papiamentsdebil; suak
Poolssłaby
Portugeesdébil; fraco
Roemeensslab
Saterfriesgammelich; klam; laf; swäk
Schots-Gaelischfann
Spaansdébil; flojo
Srananloli; swaki
Swahilihafifu
Thaisจาง; อ่อนแอ
Tsjechischchabý; mdlý; slabý
Turksaciz
Zweedsklen; svag