Informatie over het woord illustreren (Nederlands → Esperanto: ilustri)

Uitspraak/ɪlyˈstrerə(n)/, /ilyˈstrerə(n)/
Afbrekingil·lu·stre·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) illustreer(ik) illustreerde
(jij) illustreert(jij) illustreerde
(hij) illustreert(hij) illustreerde
(wij) illustreren(wij) illustreerden
(gij) illustreert(gij) illustreerdet
(zij) illustreren(zij) illustreerden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) illustrere(dat ik) illustreerde
(dat jij) illustrere(dat jij) illustreerde
(dat hij) illustrere(dat hij) illustreerde
(dat wij) illustreren(dat wij) illustreerden
(dat gij) illustreret(dat gij) illustreerdet
(dat zij) illustreren(dat zij) illustreerden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
illustreerillustreert
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
illustrerend, illustrerende(hebben) geïllustreerd

Voorbeelden van gebruik

Vindt u het nodig uw opmerkingen op die manier te illustreren?

Vertalingen

Catalaansil·lustrar
Duitsbebildern; erläutern; illustrieren; veranschaulichen
Engelsillustrate
Esperantoilustri
Faeröersprýða við myndum
Finskuvittaa
Fransillustrer
Papiamentsilustrá
Portugeesilustrar
Saterfriesillustrierje
Spaansilustrar
Tsjechischilustrovat
Zweedsillustrera