Informo pri la vorto kleinmaken (nederlanda → esperanto: humiligi)

Prononco/ˈklɛɪ̯makə(n)/
Dividoklein·ma·ken
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) maak klein(ik) maakte klein
(jij) maakt klein(jij) maakte klein
(hij) maakt klein(hij) maakte klein
(wij) maken klein(wij) maakten klein
(gij) maakt klein(gij) maaktet klein
(zij) maken klein(zij) maakten klein
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) kleinmake(dat ik) kleinmaakte
(dat jij) kleinmake(dat jij) kleinmaakte
(dat hij) kleinmake(dat hij) kleinmaakte
(dat wij) kleinmaken(dat wij) kleinmaakten
(dat gij) kleinmaket(dat gij) kleinmaaktet
(dat zij) kleinmaken(dat zij) kleinmaakten
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
maak kleinmaakt klein
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
kleinmakend, kleinmakende(hebben) kleingemaakt

Tradukoj

afrikansoverneder
anglaabase; humiliate; mortify; humble; demean
esperantohumiligi
francaabaisser; abattre; humilier
germanademütigen; erniedrigen
islandaauðmýkja
okcidenta frizonafernederje
rumanaînjosi; umili
saterlanda frizonadeemöidigje
svedaförnedra; förödmjuka