Informatie over het woord dubben (Nederlands → Esperanto: heziti)

Uitspraak/ˈdɵbə(n)/
Afbrekingdub·ben
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) dub(ik) dubde
(jij) dubt(jij) dubde
(hij) dubt(hij) dubde
(wij) dubben(wij) dubden
(gij) dubt(gij) dubdet
(zij) dubben(zij) dubden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) dubbe(dat ik) dubde
(dat jij) dubbe(dat jij) dubde
(dat hij) dubbe(dat hij) dubde
(dat wij) dubben(dat wij) dubden
(dat gij) dubbet(dat gij) dubdet
(dat zij) dubben(dat zij) dubden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
dubdubt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
dubbend, dubbende(hebben) gedubd

Vertalingen

Catalaanshesitar; mostrar indecisió; titubejar
Deenstøve
Duitsschwanken; stocken; unschlüssig sein; zaudern; zögern
Engelswaver
Esperantoheziti
Faeröersdrála
Fransbarguigner; hésiter
Italiaansesitare; titubare
Papiamentsduda; titubiá
Poolswahać się
Portugeeshesitar; vacilar
Roemeensezita
Saterfriesnulje; suumje; swonkje; tuntelje
Spaanstitubear; vacilar
Sranandraydray; frede-frede; gunya
Thaisลังเล
Tsjechischváhat
Westerlauwers Friesskytskoarje; wifkje
Zweedstveka