Informatie over het woord adjudge (Engels → Esperanto: aljuĝi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/əˈdʒɐdʒ/, /æˈdʒɐdʒ/
Afbrekingad·judge
Shaw‐alfabet𐑨𐑡𐑳𐑡

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) adjudge(I) adjudged
(thou) adjudgest(thou) adjudgedst
(he) adjudges, adjudgeth(he) adjudged
(we) adjudge(we) adjudged
(you) adjudge(you) adjudged
(they) adjudge(they) adjudged
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) adjudge (I) adjudged
(thou) adjudge(thou) adjudged
(he) adjudge(he) adjudged
(we) adjudge(we) adjudged
(you) adjudge(you) adjudged
(they) adjudge(they) adjudged
Gebiedende wijs
adjudge
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
adjudgingadjudged

Vertalingen

Afrikaanstoeken
Duitsverleihen; zuerkennen; Zuschlag erteilen; zuschreiben; zusprechen
Esperantoaljuĝi
Nederlandstoekennen; toewijzen
Saterfriestoukanne; Tousleek reeke