Informatie over het woord steigen (Duits → Esperanto: ascendi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) steige(ich) stieg
(du) steigst(du) stiegst
(er) steigt(er) stieg
(wir) steigen(wir) stiegen
(ihr) steigt(ihr) stiegt
(sie) steigen(sie) stiegen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) steige(ich) stiege
(du) steigest(du) stiegest
(er) steige(er) stiege
(wir) steigen(wir) stiegen
(ihr) steiget(ihr) stieget
(sie) steigen(sie) stiegen
Gebiedende wijs
(du) steige
(ihr) steigt
steigen Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
steigend(sein) gestiegen

Vertalingen

Engelsarise; ascend
Esperantoascendi
Nederlandsstijgen
Spaansascender; subir