Informatie over het woord stilhouden (Nederlands → Esperanto: halti)

Uitspraak/ˈstɪlɦɑʊ̯də(n)/
Afbrekingstil·hou·den
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) hou stil, houd stil(ik) hield stil
(jij) houdt stil(jij) hield stil
(hij) houdt stil(hij) hield stil
(wij) houden stil(wij) hielden stil
(gij) houdt stil(gij) hieldt stil
(zij) houden stil(zij) hielden stil
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) stilhoude(dat ik) stilhielde
(dat jij) stilhoude(dat jij) stilhielde
(dat hij) stilhoude(dat hij) stilhielde
(dat wij) stilhouden(dat wij) stilhielden
(dat gij) stilhoudet(dat gij) stilhieldet
(dat zij) stilhouden(dat zij) stilhielden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
hou stil, houd stilhoudt stil
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
stilhoudend, stilhoudende(hebben) stilgehouden

Voorbeelden van gebruik

Eenmaal hielden ze stil en zwegen.
Inspecteur Neele hield nog altijd het telegram in zijn hand toen hij een auto voor het huis hoorde stilhouden.
De taxi hield stil voor een van de minder bekende Londense hotels.

Vertalingen

Afrikaansgaan staan; stilhou; tot stilstand kom
Catalaansaturar‐se
Deensstandse
Duitsanhalten; halten; Halt machen; innehalten; stehenbleiben; stocken; stoppen
Engelsstop
Esperantohalti
Faeröerssteðga
Finspysähtyä
Franss’arrêter
Italiaansfermarsi
Papiamentspara
Poolszatrzymać się
Portugeesdemorar‐se; deter‐se; parar
Saterfriesanhoolde; hoolde; Hoold moakje
Spaansdetenerse; parar
Thaisจอด; หยุด
Tsjechischzastavit
Turksdurmak
Welsaros