Informatie over het woord Anordnung (Duits → Esperanto: aranĝo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtvrouwelijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefAnordnungAnordnungen
GenitiefAnordnungAnordnungen
DatiefAnordnungAnordnungen
AccusatiefAnordnungAnordnungen

Vertalingen

Afrikaansakkoord; beskikking; maatreël; aankleding; reëling
Deensanlæg; indretning; arrangement
Engelsarrangement
Esperantoaranĝo
Fransconstruction; disposition
IJslandsinnrétting
Italiaansaccomodamento
Nederlandsakkoord; inrichting; maatregel; regeling; schikking; zetting
Noorsinnredning
Papiamentsmedida
Poolsimpreza; urządzenie
Portugeesarranjo; disposição
SaterfriesIengjuchtenge; Touhoopestaalenge
Spaansacuerdo; arreglo; construcción
Westerlauwers Friesakkoart; maatregel
Zweedsinredning