Informatie over het woord scoren (Nederlands → Esperanto: goli)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) scoor(ik) scoorde
(jij) scoort(jij) scoorde
(hij) scoort(hij) scoorde
(wij) scoren(wij) scoorden
(gij) scoort(gij) scoordet
(zij) scoren(zij) scoorden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) score(dat ik) scoorde
(dat jij) score(dat jij) scoorde
(dat hij) score(dat hij) scoorde
(dat wij) scoren(dat wij) scoorden
(dat gij) scoret(dat gij) scoordet
(dat zij) scoren(dat zij) scoorden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
scoorscoort
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
scorend, scorende(hebben) gescoord

Vertalingen

Duitsein Tor schießen; ein Tor erzielen; ein Tor machen
Engelsscore
Esperantogoli