Informatie over het woord kutimi

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingku·tim·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdkutimas
Verleden tijdkutimis
Toekomende tijdkutimos
 
Voorwaardelijke wijs
kutimus

Actieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdkutimanta
Verleden tijdkutiminta
Toekomende tijdkutimonta

Vertalingen

Afrikaansgewoond wees
Catalaansacostumar
Duitsgewohnt sein zu; pflegen
Engelsbe accustomed; be in the habit of; do regularly
Faeröersplaga; vera vanur
Fransavoir coutume; avoir l’habitude de; être habitué à
Italiaanssolere
Nederlandsgewend zijn; gewoon zijn; plegen
Papiamentskostumbrá
Poolsbyć w zwyczaju; mieć zwyczaj
Portugeescostumar; estar habitado a; ter o costume de
Saterfriessik woane; woane
Spaansacostumbrar; soler
Thaisเคย; ทำจนเคย
Turksalışmak