Informatie over het woord work (Engels → Esperanto: labori)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/wɜːk/
Afbrekingwork
Shaw‐alfabet𐑢𐑻𐑒
Deseret‐alfabet𐐶𐐲𐑉𐐿

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) work(I) worked, wrought
(thou) workest(thou) worked, wroughtst, wroughtest
(he) works, worketh(he) worked, wrought
(we) work(we) worked, wrought
(you) work(you) worked, wrought
(they) work(they) worked, wrought
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) work (I) worked, wrought
(thou) work(thou) worked, wrought
(he) work(he) worked, wrought
(we) work(we) worked, wrought
(you) work(you) worked, wrought
(they) work(they) worked, wrought
Gebiedende wijs
work
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
workingworked, wrought

Voorbeelden van gebruik

I’m working for Sladen.

Vertalingen

Afrikaanswerk
Catalaanslaborar; treballar
Deensarbejde
Duitsarbeiten
Esperantolabori
Faeröersarbeiða
Finstyöskennellä
Franstravailler
Hawaiaanshana
IJslandsverka; vinna
Italiaanslavorare
Luxemburgsschaffen
Maleiskerja; bekerja
Nederlandsarbeiden; werken
Papiamentstraha
Poolspracować
Portugeestrabalhar
Russischработать
Saterfriesoarbaidje
Schots-Gaelischoibrich
Spaanstrabajar
Srananwroko
Swahili‐fanya kazi
Thaisทำงาน
Tsjechischdělat; pracovat
Turksçalişmak
Welsgweithio
Westerlauwers Friesarbeidzje
Zweedsarbeta; verka