Informatie over het woord wife (Engels → Esperanto: edzino)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/waɪf/
Afbrekingwife
Meervoudwives

Voorbeelden van gebruik

He and his wife live in London with their two daughters.
Where are you, my wife?

Vertalingen

Afrikaansgade; vrou
Albaneesgrua
Catalaansdona
Deenshustru; kone
DuitsFrau; Gattin; Gemahlin
Engels (Oudengels)wif
Esperantoedzino
Faeröerskona
Fransépouse; femme
Grieksγυναίκα; σύζυγος
Hawaiaanswahine
Hongaarsfeleség
IJslandseiginkona; kona
Italiaansmoglie
Jiddischווײַב; פֿרױ
Latijnuxor; mulier
LuxemburgsFra
Maleisisteri; istri
Nederlandsechtgenote; vrouw
Noorsektefelle; kone; hustru
Papiamentsesposa; kasá; señora
Poolsżona
Portugeesesposa; mulher
Roemeenssoție
Russischжена; супруга
SaterfriesMoanske
Schots-Gaelischbean
Spaansesposa; mujer
Srananfrow
Swahilimke
Thaisภรรยา
Tsjechischmanželka; žena
Turkskarı
Westerlauwers Friesfrou; wiif
Zweedsfru; hustru