Informatie over het woord wear (Engels → Esperanto: surhavi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/wɛə*/
Afbrekingwear

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) wear(I) wore
(thou) wearest(thou) worest
(he) wears, weareth(he) wore
(we) wear(we) wore
(you) wear(you) wore
(they) wear(they) wore
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) wear (I) wore
(thou) wear(thou) wore
(he) wear(he) wore
(we) wear(we) wore
(you) wear(you) wore
(they) wear(they) wore
Gebiedende wijs
wear
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
wearingworn

Voorbeelden van gebruik

He wore a brown cassock tied with a black cord.
Why did he wear the hood?
Where I come from, as man wears such colours as he choses.

Vertalingen

Afrikaansdra
Duitstragen
Esperantosurhavi
Fransavoir; porter
Italiaansportare
Nederlandsaanhebben; dragen
Poolsnosić
Portugeescalçar
Spaansllevar; tener puesto
Srananweri
Thaisใส่
Welsgwisgo
Westerlauwers Friesoanhawwe; drage