Informatie over het woord wear (Engels → Esperanto: porti)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/wɛə*/
Afbrekingwear

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) wear(I) wore
(thou) wearest(thou) worest
(he) wears, weareth(he) wore
(we) wear(we) wore
(you) wear(you) wore
(they) wear(they) wore
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) wear (I) wore
(thou) wear(thou) wore
(he) wear(he) wore
(we) wear(we) wore
(you) wear(you) wore
(they) wear(they) wore
Gebiedende wijs
wear
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
wearingworn

Vertalingen

Afrikaansdra
Catalaansdur; portar
Deensbære
Duitstragen
Engels (Oudengels)beran; ferian
Esperantoporti
Faeröersbera
Finskantaa
Fransporter
Hongaarsvisz
Italiaansportare
Latijnportare; tulere; vehere
Maleisangkat … mengangkat
Nederlandsaanhebben; dragen
Noorsbære
Poolsnieść; nosić
Portugeescarregar; levar
Roemeensduce
Saterfriesdreege
Spaansllevar
Sranantyari
Thaisใส่
Tsjechischnést; nosit
Turksnakletmek; taşımak
Westerlauwers Friesbringe; drage
Zweedsbära