Informatie over het woord bevruchten (Nederlands → Esperanto: fruktigi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/bəˈvrɵxtə(n)/
Afbrekingbe·vruch·ten

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) (ik)
(jij) (jij)
(hij) (hij)
(wij) (wij)
(gij) (gij)
(zij) (zij)
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) (dat ik)
(dat jij) (dat jij)
(dat hij) (dat hij)
(dat wij) (dat wij)
(dat gij) (dat gij)
(dat zij) (dat zij)
Verleden deelwoord
()

Vertalingen

Engelsfertilize
Esperantofruktigi