Information about the word aanstrijken (Dutch → Esperanto: froti)

Part of speechverb
Pronunciation/ˈanstrɛɪ̯kə(n)/
Hyphenationaan·strij·ken

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) strijk aan(ik) streek aan
(jij) strijkt aan(jij) streek aan
(hij) strijkt aan(hij) streek aan
(wij) strijken aan(wij) streken aan
(gij) strijkt aan(gij) streekt aan
(zij) strijken aan(zij) streken aan
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) aanstrijke(dat ik) aanstreke
(dat jij) aanstrijke(dat jij) aanstreke
(dat hij) aanstrijke(dat hij) aanstreke
(dat wij) aanstrijken(dat wij) aanstreken
(dat gij) aanstrijket(dat gij) aanstreket
(dat zij) aanstrijken(dat zij) aanstreken
Imperative mood
Singular/PluralPlural
strijk aanstrijkt aan
Participles
Present participlePast participle
aanstrijkend, aanstrijkende(hebben) aangestreken

Translations

Afrikaansvryf
Catalanfregar
Czechdrhnout; mnout; třít
Danishgnide
Englishrub
Esperantofroti
Faeroesegníggja
Finnishhieroa
Frenchfrotter
Germanfrottieren; reiben
Latinfricare
Luxemburgishreiwen
Malaygosok; menggosok
Norwegiangni; gnu
Papiamentofrega
Polishtrzeć
Portugueseesfregar; friccionar
Romanianfreca
Russianтереть
Saterland Frisianfrottieren; ouwrieuwe; rubje; wrieuwe
Scottish Gaelicsuath
Spanishfrotar
Srananfrifi; griti; lobi; wrifi
Swedishgnida; gno; gnugga; riva
Thaiขีด
West Frisianwriuwe
Yiddishרײַבן