Informatie over het woord broer (Nederlands → Esperanto: frato)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/bruːr/
Afbrekingbroer
Meervoudbroers

Voorbeelden van gebruik

De ander vloog haar vader en haar broer om de hals.
Ik heb de man nooit gezien, maar we hebben een foto van zijn broer gezien.
De oudste broer, Larry, leek me het ergst, maar die zou ik waarschijnlijk nog niet ontmoeten want hij woonde in het buitenland.
Hoe was uw broers houding ten opzichte van de affaire met Elsa Greer.

Vertalingen

Afrikaansbroer
Albaneesvëlla
Catalaansgermà
Deensbroder
DuitsBruder
Engelsbrother
Engels (Oudengels)broþor
Esperantofrato
Faeröersbróðir
Finsveli
Fransfrère
Grieksαδελφός
Grieks (Oudgrieks)ἀδελφός
Hawaiaanskaikuaʻana; kaikaina; kaikunāne
Hongaarsfivér
IJslandsbróðir
Italiaansfratello
Latijnfrater
LuxemburgsBrudder
Maleiskakak
Noorsbror
Papiamentsbruder; frè; ruman; ruman hòmber
Poolsbrat
Portugeesirmão
Roemeensfrate
Russischбрат
SaterfriesBruur
Schots-Gaelischbràthair
Spaanshermano
Srananba; brada
Swahilikaka; ndugu
Thaisน้องชาย; พี่ชาย; พี่
Tsjechischbratr
Turksbirader
Welsbrawd
Westerlauwers Friesbroer
Zweedsbror