Informatie over het woord brok (Nederlands → Esperanto: fragmento)

Uitspraak/brɔk/
Afbrekingbrok
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtonzijdig
Meervoudbrokken

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
brokjebrokjes

Vertalingen

Afrikaansstuk
Catalaansfragment; tros
Deensbrud; brudstykke
DuitsBruchstück; Fetzen; Fragment; Scherbe; Splitter; Stück
Engelsfragment; lump; piece; snatch
Esperantofragmento
Faeröersbrot
Latijnfragmentum
Portugeesfragmento
SaterfriesBrokke; Fragment; Kwak; Stuk
Spaansfragmento
Swahilikipande
Tsjechischkousek