Informatie over het woord touch (Engels → Esperanto: tuŝi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/tɐtʃ/
Afbrekingtouch

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) touch(I) touched
(thou) touchest(thou) touchedst
(he) touches, toucheth(he) touched
(we) touch(we) touched
(you) touch(you) touched
(they) touch(they) touched
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) touch (I) touched
(thou) touch(thou) touched
(he) touch(he) touched
(we) touch(we) touched
(you) touch(you) touched
(they) touch(they) touched
Gebiedende wijs
touch
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
touchingtouched

Voorbeelden van gebruik

Where cell walls do not touch one another, and this can be seen very cleary at points where the epidermal cells are in contact with the underlying cells, are spaces devoid of any plant substance.
Now I will touch you.
Presently she touched his arm.

Vertalingen

Afrikaansaanraak
Catalaansafectar; concernir; tocar
Deensberøre
Duitsberühren; rühren
Esperantotuŝi
Faeröersnerta
Finskoskettaa
Franstoucher
Grieksαγγίζω
Italiaanstoccare
Latijntangere
Maleissentuh
Nederlandsaankomen; aanraken; raken; toucheren
Papiamentsmishi
Portugeesbulir; tocar
Roemeensatinge
Saterfriesberüürje; roakje; röögje
Spaansestar en contacto; tocar
Srananfasi; meri
Thaisแตะ
Westerlauwers Friesoanreitsje; oanroere
Zweedsberöra