Informatie over het woord bergen (Nederlands → Esperanto: formeti)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈbɛrɣə(n)/
Afbrekingber·gen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) (ik)
(jij) (jij)
(hij) (hij)
(wij) (wij)
(gij) (gij)
(zij) (zij)
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) (dat ik)
(dat jij) (dat jij)
(dat hij) (dat hij)
(dat wij) (dat wij)
(dat gij) (dat gij)
(dat zij) (dat zij)
Verleden deelwoord
()

Voorbeelden van gebruik

Heeft een van jullie er al aan gedacht waar we de zakken moeten bergen?
Men berge zijn bagage zo, dat zij niemand hindere.
Haastig borg hij de twee stuivers in het geldlaatje, maar hij kon niet zo gauw besluiten hoe de overwinst te boeken.

Vertalingen

Afrikaansbêre; wegsteek
Duitsaufbewahren; bergen; suspendieren; zurücklegen
Engelsput away; waive; lay away
Esperantoformeti
Faeröersbeina burtur
Fransenlever; ôter
Saterfriesapbierge; bewoarje; bierge
Westerlauwers Friesbergje