Informatie over het woord opdoeken (Nederlands → Esperanto: forigi)

Uitspraak/ˈɔbdukə(n)/
Afbrekingop·doe·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) doek op(ik) doekte op
(jij) doekt op(jij) doekte op
(hij) doekt op(hij) doekte op
(wij) doeken op(wij) doekten op
(gij) doekt op(gij) doektet op
(zij) doeken op(zij) doekten op
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) opdoeke(dat ik) opdoekte
(dat jij) opdoeke(dat jij) opdoekte
(dat hij) opdoeke(dat hij) opdoekte
(dat wij) opdoeken(dat wij) opdoekten
(dat gij) opdoeket(dat gij) opdoektet
(dat zij) opdoeken(dat zij) opdoekten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
doek opdoekt op
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
opdoekend, opdoekende(hebben) opgedoekt

Vertalingen

Afrikaansafruim; afskaf
Deensafskaffe; fjerne
Duitsabschaffen; aus dem Wege schaffen; beseitigen; entfernen; fortschaffen; wegbringen
Engelsdelete; dispense with; do away with; get rid of; remove; rid; scrap; abolish
Esperantoforigi
Faeröersbeina burtur
Fransôter; supprimer
Italiaansabolire
Latijnrelegare
Portugeesafastar; banir
Roemeensîndepărta; înlătura
Saterfriesouschafje; ouskafje; wächbrange; wächhoalje
Spaanseliminar
Turksayrılmak
Westerlauwers Friesôfskaffe; ôftankje