Informatie over het woord teach (Engels → Esperanto: instrui)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/tiːtʃ/
Afbrekingteach

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) teach(I) taught
(thou) teachest(thou) taughtst, taughtest
(he) teachs, teacheth(he) taught
(we) teach(we) taught
(you) teach(you) taught
(they) teach(they) taught
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) teach (I) taught
(thou) teach(thou) taught
(he) teach(he) taught
(we) teach(we) taught
(you) teach(you) taught
(they) teach(they) taught
Gebiedende wijs
teach
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
teachingtaught

Voorbeelden van gebruik

They generally taught that abstinence was the only way to avoid sexually transmitted diseases.

Vertalingen

Afrikaansleer
Catalaansensenyar
Deensundervise
Duitsbelehren; lehren; unterrichten
Esperantoinstrui
Faeröerskenna; læra; undirvísa
Finsopettaa
Fransapprendre; enseigner; instruire
Hongaarsoktat; tanít
Italiaansinsegnare
Latijndocere
Maleisajar … mengajar
Nederlandsbijbrengen; leren; onderrichten
Papiamentsinstruí
Poolsnauczać
Portugeesensinar
Saterfriesbeleere; instruierje; leere; unnergjuchte
Spaansenseñar; instruir
Srananleri
Tsjechischpoučit
Zweedsundervisa