Informo pri la vorto verafgoden (nederlanda → esperanto: adori)

Vortspecoverbo
Prononco/vəˈrɑfxodə(n)/
Dividover·af·go·den

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) verafgood(ik) verafgoodde
(jij) verafgoodt(jij) verafgoodde
(hij) verafgoodt(hij) verafgoodde
(wij) verafgoden(wij) verafgoodden
(gij) verafgoodt(gij) verafgooddet
(zij) verafgoden(zij) verafgoodden
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) verafgode(dat ik) verafgoodde
(dat jij) verafgode(dat jij) verafgoodde
(dat hij) verafgode(dat hij) verafgoodde
(dat wij) verafgoden(dat wij) verafgoodden
(dat gij) verafgodet(dat gij) verafgooddet
(dat zij) verafgoden(dat zij) verafgoodden
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
verafgoodverafgoodt
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
verafgodend, verafgodende(hebben) verafgood

Uzekzemploj

Hij heeft acht kleinkinderen die hij verafgoodt.
Bega niet de fout blindelings te vertrouwen op mensen die je hebben verafgood zolang alles goed ging.

Tradukoj

afrikansoaanbid; adoreer; vereer
albanaadhuroj
anglaadore; worship
danadyrke
esperantoadori
feroatilbiðja
francaadorer; avoir un culte pour; avoir une culte pour; idolâtrer; vénérer
germanaabgöttisch lieben; anbeten; schwärmen; schwärmen für; tief bewundern; verehren; vergöttern
hispanaadorar
hungaraimád
italaadorare; venerare
katalunaadorar
latinoadorare
okcidenta frizonaferearje; oanbidde
papiamentoadorá
portugalaadorar; idolatrar; reverenciar
rumanaadora; diviniza; venera
rusaбоготворить; обожать
saterlanda frizonaanbeedje; fereerje
surinamaanbegi
svedaförära; tillbedja
tajaทูน; นิยม; บูชา; เลื่อม
turkataparcasına sevmek