Informatie over het woord aanbidden (Nederlands → Esperanto: adori)

Basis

Uitspraak/amˈbɪdə(n)/
Afbrekingaan·bid·den
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) aanbid(ik) aanbad
(jij) aanbidt(jij) aanbad
(hij) aanbidt(hij) aanbad
(wij) aanbidden(wij) aanbaden
(gij) aanbidt(gij) aanbadt
(zij) aanbidden(zij) aanbaden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aanbidde(dat ik) aanbade
(dat jij) aanbidde(dat jij) aanbade
(dat hij) aanbidde(dat hij) aanbade
(dat wij) aanbidden(dat wij) aanbaden
(dat gij) aanbiddet(dat gij) aanbadet
(dat zij) aanbidden(dat zij) aanbaden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
aanbidaanbidt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aanbiddend, aanbiddende(hebben) aanbeden

Vertalingen

Afrikaansaanbid; adoreer; vereer
Albaneesadhuroj
Catalaansadorar
Deensdyrke
Duitsabgöttisch lieben; anbeten; schwärmen; schwärmen für; tief bewundern; verehren; vergöttern
Engelsadore; worship
Esperantoadori
Faeröerstilbiðja
Fransadorer; avoir un culte pour; avoir une culte pour; idolâtrer; vénérer
Hongaarsimád
Italiaansadorare; venerare
Latijnadorare
Papiamentsadorá
Portugeesadorar; idolatrar; reverenciar
Roemeensadora; diviniza; venera
Russischбоготворить; обожать
Saterfriesanbeedje; fereerje
Spaansadorar
Sranananbegi
Thaisทูน; นิยม; บูชา; เลื่อม
Turkstaparcasına sevmek
Westerlauwers Friesferearje; oanbidde
Zweedsförära; tillbedja