Information about the word arresteer (Afrikaans → Esperanto: aresti)

Part of speechverb

Conjugation

Present tensePast tense
arresteer-
Past participle
gearresteer

Usage samples

Nege mense is gearresteer weens die ramp, onder wie die gebou‐eienaar en eienaars van fabrieke in die gebou.

Translations

Catalanarrestar; detenir
Czechzatknout
Danisharrestere
Dutchaanhouden; arresteren; inrekenen; in verzekerde bewaring nemen; oppakken
Englishapprehend; arrest
Esperantoaresti
Faeroesehandtaka; seta fastan
Frencharrêter
Germanarrestieren; festnehmen; verhaften
Hungarianletartóztat
Italianarrestare
Luxemburgishverhaften
Papiamentoarestá; detené
Portugueseapreender; apresar; capturar; prender
Russianарестовать; арествать
Saterland Frisianarrestierje; fäästnieme; ferhaftje
Spanisharrestar; detener
Swedishanhålla; arrestera; häkta
West Frisianarrestearje; oppakke