Informatie over het woord steal (Engels → Esperanto: ŝteliri)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/stiːl/
Afbrekingsteal
Shaw‐alfabet𐑕𐑑𐑰𐑤

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) steal(I) stole
(thou) stealest(thou) stolest
(he) steals, stealeth(he) stole
(we) steal(we) stole
(you) steal(you) stole
(they) steal(they) stole
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) steal (I) stole
(thou) steal(thou) stole
(he) steal(he) stole
(we) steal(we) stole
(you) steal(you) stole
(they) steal(they) stole
Gebiedende wijs
steal
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
stealingstolen

Voorbeelden van gebruik

They stole through a gap between two towering rocks.

Vertalingen

Afrikaanssluip
Esperantoŝteliri; kaŝiri; ŝtelumi
Faeröerssníkja seg avstað
Nederlandssluipen
Westerlauwers Friesglûpe