Informasie oor die woord steal (Engels → Esperanto: ŝteli)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/stiːl/
Afbrekingsteal
Shaw‐alfabet𐑕𐑑𐑰𐑤
Deseret‐alfabet𐑅𐐻𐐨𐑊

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(I) steal(I) stole
(thou) stealest(thou) stolest
(he) steals, stealeth(he) stole
(we) steal(we) stole
(you) steal(you) stole
(they) steal(they) stole
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(I) steal (I) stole
(thou) steal(thou) stole
(he) steal(he) stole
(we) steal(we) stole
(you) steal(you) stole
(they) steal(they) stole
Gebiedende wys
steal
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
stealingstolen

Voorbeelde van gebruik

The other half has been stolen from me, and its recovery is the service I wish of you.
I had better make sure some farmer doesn’t steal my cloak to keep his cow warm.

Vertalinge

Afrikaanssteel
Deensstjæle
Duitsentwenden; stehlen
Engels (Ou Engels)stelan
Esperantoŝteli
Faroëesstjala
Finsvarastaa
Fransdépouiller; dérober; voler
Hongaarslop
Italiaansrubare
Katalaanscisar; furtar; pispar
Latynabigere; clepere; clepsere
Maleismencuri
Nederlandsontvreemden; stelen
Noorsstjele
Papiamentshòrta; roba
Poolskraść
Portugeesfurtar; gatunar; larapiar; roubar
Roemeensfura
Russiesворовать
Saterfriesn stilkenen Griep dwo; steele
Skots-Gaeliesgoid
Spaanshurtar; sustraer
Srananfufuru
Thaiขโมย
Turksaraklamak; aşırmak
Yslandsstela