Information about the word bepalen (Dutch → Esperanto: fiksi)

Pronunciation/bəˈpalə(n)/
Hyphenationbe·pa·len
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) bepaal(ik) bepaalde
(jij) bepaalt(jij) bepaalde
(hij) bepaalt(hij) bepaalde
(wij) bepalen(wij) bepaalden
(gij) bepaalt(gij) bepaaldet
(zij) bepalen(zij) bepaalden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) bepale(dat ik) bepaalde
(dat jij) bepale(dat jij) bepaalde
(dat hij) bepale(dat hij) bepaalde
(dat wij) bepalen(dat wij) bepaalden
(dat gij) bepalet(dat gij) bepaaldet
(dat zij) bepalen(dat zij) bepaalden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
bepaalbepaalt
Participles
Present participlePast participle
bepalend, bepalende(hebben) bepaald

Usage samples

Hebben we de massa van de Aarde bepaald, dan kunnen we de wet gebruiken om de massa’s van zon, maan en planeten te bepalen.

Translations

Afrikaansbepaal; vasmaak; vasstel
Catalanfixar
Czechfixovat; připevnit; upevnit
Danishbefæste; fastsætte
Englishappoint; determine; fix; set
Esperantofiksi
Faeroesefesta
Finnishkiinnittää
Frenchattacher; fixer
Germanabstecken; anbringen; anstecken; aufspannen; aufstecken; aufstellen; befestigen; bestimmen; einspannen; festmachen; festsetzen; festspannen; fixieren; verankern
Italianfissare
Polishumocować; ustalić
Portugueseaprazar; cravar; determinar; fixar
Romanianasigura; fixa
Saterland Frisianbefäästigje; fäästmoakje; fäästsätte; feronkerje; fixierje
Spanishfijar
Swedishbefästa; fästa
Thaiติด; ใส่
West Frisianfêstdwaan