Information about the word sluiten (Dutch → Esperanto: fermiĝi)

Pronunciation/ˈslœʏ̯tə(n)/
Hyphenationslui·ten
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) sluit(ik) sloot
(jij) sluit(jij) sloot
(hij) sluit(hij) sloot
(wij) sluiten(wij) sloten
(gij) sluit(gij) sloot
(zij) sluiten(zij) sloten
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) sluite(dat ik) slote
(dat jij) sluite(dat jij) slote
(dat hij) sluite(dat hij) slote
(dat wij) sluiten(dat wij) sloten
(dat gij) sluitet(dat gij) slotet
(dat zij) sluiten(dat zij) sloten
Imperative mood
Singular/PluralPlural
sluitsluit
Participles
Present participlePast participle
sluitend, sluitende(zijn) gesloten

Usage samples

In Afrika sluiten onder meer de ambassades in Kameroen, Zambia en Boerkina Faso.

Translations

Afrikaanssluit
Englishclose
Esperantofermiĝi
Germansich schließen; zufallen; zugehen
Polishzamykać się
Portuguesefechar‐se
Saterland Frisiantichtfaale; toufaale