Informatie over het woord Hörer (Duits → Esperanto: aŭskultilo)

Uitspraak/ˈhøːrər/
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefHörerHörer
GenitiefHörersHörer
DatiefHörerHörern
AccusatiefHörerHörer

Vertalingen

Engelsearphone
Esperantoaŭskultilo; orelumo
Fransécouteur; sthétoscope
Nederlandshoorn; telefoonhoorn; horen
Portugeesestetoscópio; fone; receptor