Informatie over het woord afiŝi

Woordsoortwerkwoord
Afbrekinga·fiŝ·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdafiŝas
Verleden tijdafiŝis
Toekomende tijdafiŝos
 
Voorwaardelijke wijs
afiŝus
 
Gebiedende wijs
afiŝu

 Deelwoorden
 Actieve deelwoordenPassieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdafiŝantaafiŝata
Verleden tijdafiŝintaafiŝita
Toekomende tijdafiŝontaafiŝota

Vertalingen

Afrikaansaanplak
Albaneesafishoj
Catalaansafixar cartells; anunciar per mitjà d’un cartell
Duitsaffichieren; anschlagen; einen Plakat anheften; einen Zettel anheften; ein Plakat anheften; ein Plakat ankleben; plakatieren
Engelsplacard; post; post up
Fransafficher; placarder
Hongaarshirdet
Nederlandsaanplakken; afficheren
Portugeesafixar; pregar cartazes
Saterfriesplakatierje
Westerlauwers Friesoanplakke
Zweedsaffischera