Informatie over het woord shape (Engels → Esperanto: formi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ʃeɪp/
Afbrekingshape

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) shape(I) shaped
(thou) shapest(thou) shapedst
(he) shapes, shapeth(he) shaped
(we) shape(we) shaped
(you) shape(you) shaped
(they) shape(they) shaped
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) shape (I) shaped
(thou) shape(thou) shaped
(he) shape(he) shaped
(we) shape(we) shaped
(you) shape(you) shaped
(they) shape(they) shaped
Gebiedende wijs
shape
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
shapingshaped

Vertalingen

Afrikaansformeer; vorm
Albaneesformoj
Deensdanne
Duitsformen; gestalten
Esperantoformi
Faeröersgera
Fransformer
Nederlandsvormen
Papiamentsforma
Poolsformować; kształtować
Portugeesformar
Roemeensforma
Saterfriesbildje; foarmje; gestaltje
Spaansformar
Tsjechischtvarovat; tvořit; utvářet; utvořit; vytvořit
Westerlauwers Friesfoarmje
Zweedsbilda; dana; forma; formera