Informatie over het woord befaamdheid (Nederlands → Esperanto: famo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/bəˈfamtɦɛɪ̯t/
Afbrekingbe·faamd·heid
Geslachtvrouwelijk

Vertalingen

Afrikaansbefaamdheid
Albaneesfamë
Catalaansfama
DuitsGerücht; Leumund; Ruf
Engelsfame; renown
Esperantofamo
Fransrennomée; réputation
Latijnfama
Papiamentsfama
Portugeesboato; fama; nomeada; renome; rumor
SaterfriesBaaleräi; Roup
Spaansfama
Tsjechischpověst
Westerlauwers Friesfaam