Informatie over het woord faam (Nederlands → Esperanto: famo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/fam/
Afbrekingfaam
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk

Voorbeelden van gebruik

Deze wandelaar, die een zekere faam genoot wegens zijn ernstige levensbeschouwing, hield de pas in en wierp een sombere blik op de arbeider.

Vertalingen

Afrikaansbefaamdheid
Albaneesfamë
Catalaansfama
DuitsGerücht; Leumund; Ruf
Engelsfame; renown
Esperantofamo
Fransrennomée; réputation
Latijnfama
Papiamentsfama
Portugeesboato; fama; nomeada; renome; rumor
SaterfriesBaaleräi; Roup
Spaansfama
Tsjechischpověst
Westerlauwers Friesfaam