Informatie over het woord junto

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Afbrekingjunt·o

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
Nominatiefjuntojuntoj
Accusatiefjuntonjuntojn

Vertalingen

DuitsFuge; Junktur; Lötnaht; Naht; Nahtstelle; Schienenstoß; Stoß; Verbindung
Engelsjoin; joint; jointing; seam
Faeröersfelling; samankoming
Fransjoint
Nederlandsnaad; voeg
Spaansjunta; unión