Information about the word zuren (Dutch → Esperanto: acidigi)

Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) zuur(ik) zuurde
(jij) zuurt(jij) zuurde
(hij) zuurt(hij) zuurde
(wij) zuren(wij) zuurden
(gij) zuurt(gij) zuurdet
(zij) zuren(zij) zuurden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) zure(dat ik) zuurde
(dat jij) zure(dat jij) zuurde
(dat hij) zure(dat hij) zuurde
(dat wij) zuren(dat wij) zuurden
(dat gij) zuret(dat gij) zuurdet
(dat zij) zuren(dat zij) zuurden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
zuurzuurt
Participles
Present participlePast participle
zurend, zurende(hebben) gezuurd

Translations

Catalanacidificar
Englishacidify; sour
Esperantoacidigi
Frenchacidifier; aigrir; faire aigrir; rendre acide
Germanansäuern; sauer machen; säuern
Portugueseazedar