Informatie over het woord iri

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingir·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdiras
Verleden tijdiris
Toekomende tijdiros
 
Voorwaardelijke wijs
irus
 
Gebiedende wijs
iru

Actieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdiranta
Verleden tijdirinta
Toekomende tijdironta

Voorbeelden van gebruik

Ni iris hejmen, li al sia laborejo, kaj mi al mia loĝejo.
Scienca Revuo do povas iri du vojojn.

Vertalingen

Afrikaansgaan; hom begeef; hom begewe
Berbersddu (ⴷⴷⵓ)
Catalaansanar
Deens
DuitsErfolg haben; fahren; funktionieren; gehen; gelingen; klappen; laufen; sich begeben
Engelsgo; walk; wend
Engels (Oudengels)feran; gan; gangan
Faeröersfara; ganga
Finsmennä
Fransaller; se déplacer
Hawaiaanshele
Hongaarselmegy; megy
Italiaansandare; camminare
Jiddischפֿאָרן
Latijnire; vadere
Luxemburgsgoen
Maleispergi
Nederlandsgaan; lopen; van stapel lopen; varen; verlopen; zich begeven
Noors
Papiamentsbai
Poolsiść; pojechać
Portugeesandar; caminhar; ir
Roemeenspleca
Russischехать; идти; поехать; пойти
Saterfriesgunge; loope; treede
Schots-Gaelischrach
Spaansir
Sranango
Swahili‐enda
Thaisไป
Tsjechischchodit; jít
Turksgitmek
Welsmynd
Westerlauwers Friesgean; farre
Zweeds