Informatie over het woord inviti

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingin·vit·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdinvitas
Verleden tijdinvitis
Toekomende tijdinvitos
 
Voorwaardelijke wijs
invitus
 
Gebiedende wijs
invitu

 Deelwoorden
 Actieve deelwoordenPassieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdinvitantainvitata
Verleden tijdinvitintainvitita
Toekomende tijdinvitontainvitota

Vertalingen

Afrikaansnooi; uitnooi
Albaneesftoj
Catalaansconvidar; invitar
Deensindbyde; invitere
Duitsanregen; auffordern; bitten; einladen; veranlassen
Engelsinvite
Engels (Oudengels)gelaþian
Faeröersbjóða
Finskutsua
Fransinviter
IJslandsbióða
Italiaansinvitare
Maleisajak … mengajak
Nederlandsinviteren; noden; uitnoden; uitnodigen; vragen
Noorsinvitere
Papiamentsinvitá; kombidá
Poolszaprosić
Portugeesconvidar; invitar
Roemeensinvita
Saterfriesienleede
Spaansinvitar
Thaisชวน; เชิญ
Tsjechischpozvat; zvát
Westerlauwers Friesnoadzje; noegje
Zweedsbjuda; inbjuda; invitera; uppbjuda