Informatie over het woord fabriek (Nederlands → Esperanto: fabriko)

Uitspraak/faˈbrik/
Afbrekingfa·briek
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtvrouwelijk
Meervoudfabrieken

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
fabriekjefabriekjes

Vertalingen

Afrikaansfabriek
Catalaansfàbrica
Deensfabrik
DuitsFabrik; Werk
Engelsfactory; plant; works
Esperantofabriko
Faeröersverksmiðja
Finstehdas
Fransfabrique; usine
Hongaarsgyár
Italiaansfabbrica
LuxemburgsFabréck; Fabrick
Noorsfabrikk
Papiamentsfábrika
Poolsfabryka
Portugeesfábrica
Russischзавод; фабрика
SaterfriesFabrik
Spaansfábrica
Swahilikarakana; kiwanda
Tsjechischfabrika; továrna; závod
Westerlauwers Friesfabryk
Zweedsfabrik