Informatie over het woord rise (Engels → Esperanto: leviĝi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ɹaiːz/
Afbrekingrise

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) rise(I) rose
(thou) risest(thou) rosest
(he) rises, riseth(he) rose
(we) rise(we) rose
(you) rise(you) rose
(they) rise(they) rose
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) rise (I) rose
(thou) rise(thou) rose
(he) rise(he) rose
(we) rise(we) rose
(you) rise(you) rose
(they) rise(they) rose
Gebiedende wijs
rise
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
risingrisen

Voorbeelden van gebruik

“I thought you would come”, said Hakon, rising to a sitting position.
All of you, rise.

Vertalingen

Afrikaansopstaan; styg; opkom
Duitsaufgehen; sich erheben; steigen; ragen
Esperantoleviĝi
Fransse soulever
Italiaanssalire
Nederlandsopgaan; opkomen; oprijzen; opstaan; opstijgen; rijzen; stijgen; verrijzen; zich verheffen; de hoogte in gaan
Papiamentssubi
Portugeeslevantar‐se
Roemeensrăsări
Saterfriesapgunge; stiege
Schots-Gaelischéirich
Spaanssubir
Thaisขึ้น
Tsjechischstoupat; vzrůstat
Westerlauwers Friesoprize; stige