Information about the word reiken (Dutch → Esperanto: etendiĝi)

Pronunciation/ˈrɛɪ̯kə(n)/
Hyphenationrei·ken
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) reik(ik) reikte
(jij) reikt(jij) reikte
(hij) reikt(hij) reikte
(wij) reiken(wij) reikten
(gij) reikt(gij) reiktet
(zij) reiken(zij) reikten
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) reike(dat ik) reikte
(dat jij) reike(dat jij) reikte
(dat hij) reike(dat hij) reikte
(dat wij) reiken(dat wij) reikten
(dat gij) reiket(dat gij) reiktet
(dat zij) reiken(dat zij) reikten
Imperative mood
Singular/PluralPlural
reikreikt
Participles
Present participlePast participle
reikend, reikende(hebben) gereikt

Usage samples

Links van mij strekte zo ver het oog reikte de zee zich uit.

Translations

Afrikaansstrek
Englishextend; range; reach; stretch
Esperantoetendiĝi
Germanreichen; sich ausbreiten; sich ausdehnen; sich ausweiten; sich erstrecken; sich hinstrecken; sich hinziehen; sich weiten
Portuguesedesdobrar‐se; estender‐se
Saterland Frisianräkke