Information about the word lopen (Dutch → Esperanto: etendiĝi)

Pronunciation/ˈlopə(n)/
Hyphenationlo·pen
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) loop(ik) liep
(jij) loopt(jij) liep
(hij) loopt(hij) liep
(wij) lopen(wij) liepen
(gij) loopt(gij) liept
(zij) lopen(zij) liepen
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) lope(dat ik) liepe
(dat jij) lope(dat jij) liepe
(dat hij) lope(dat hij) liepe
(dat wij) lopen(dat wij) liepen
(dat gij) lopet(dat gij) liepet
(dat zij) lopen(dat zij) liepen
Imperative mood
Singular/PluralPlural
looploopt
Participles
Present participlePast participle
lopend, lopende(hebben) gelopen

Usage samples

Ook loopt er een belangrijke weg naar de Russische grens door de stad.

Translations

Afrikaansstrek
Englishrange; run
Esperantoetendiĝi
Germanreichen; sich ausbreiten; sich ausdehnen; sich ausweiten; sich erstrecken; sich hinstrecken; sich hinziehen; sich weiten
Portuguesedesdobrar‐se; estender‐se
Saterland Frisianräkke