Informatie over het woord stilzitten (Nederlands → Esperanto: esti senokupa)

Uitspraak/ˈstɪlzɪtə(n)/
Afbrekingstil·zit·ten
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) zit stil(ik) zat stil
(jij) zit stil(jij) zat stil
(hij) zit stil(hij) zat stil
(wij) zitten stil(wij) zaten stil
(gij) zit stil(gij) zat stil
(zij) zitten stil(zij) zaten stil
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) stilzitte(dat ik) stilzate
(dat jij) stilzitte(dat jij) stilzate
(dat hij) stilzitte(dat hij) stilzate
(dat wij) stilzitten(dat wij) stilzaten
(dat gij) stilzittet(dat gij) stilzatet
(dat zij) stilzitten(dat zij) stilzaten
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
stilzittend, stilzittende(hebben) stilgezeten

Voorbeelden van gebruik

De jonge Abel had intussen niet stilgezeten.

Vertalingen

Esperantoesti senokupa