Informasie oor die woord insulti

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingin·sult·i

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydinsultas
Verlede tydinsultis
Toekomende tydinsultos
 
Voorwaardelike wys
insultus
 
Gebiedende wys
insultu

 Deelwoorde
 Aktiewe deelwoordePassiewe deelwoorde
Teenwoordige tydinsultantainsultata
Verlede tydinsultintainsultita
Toekomende tydinsultontainsultota

Vertalinge

Afrikaansbeledig; uitkaffer
Deensfornærme; skælde
Duitsbeleidigen; beschimpfen; insultieren; schelten; schimpfen; schmähen; verunglimpfen
Engelsabuse; affront; curse; insult; offend; revile
Fransinsulter
Italiaansinsultare; offendere
Katalaansinsultar
Luxemburgsbeleedegen; beleidegen
Nederlandsaffronteren; beledigen; krenken; schelden; uitschelden
Noorsskjelle ut
Papiamentsinsultá; ofendé; falta
Portugeesinjuriar; insultar
Russiesбранить
Saterfriesbescheelde; beskeelde; scheelde; schimpje; skeelde; skimpje
Spaansinsultar
Srananafrontu
Sweedsskälla ut
Wes‐Friesrache
Yslandsskamma